Bibliografie over theater, muziektheater en scenografie in Vlaanderen

 

Juli 2021, dr. Bruno Forment.


In deze Bronnengids vind je verder ook:

Ivo Adriaenssens, Gebouwen om naar te luisteren: veertig Vlaamse monumenten met muziekgeschiedenis (Tielt: Lannoo, 1994).

Adelheid Ceulemans, Vlaamse muziektheaterteksten uit de 19de eeuw (1830-1914): tekst en representatie (Brussel: Academic and Scientific Publishers, 2010).

Adelheid Ceulemans, red., Van Ninette tot Herbergprinses: 150 jaar Vlaamse opera (Antwerpen: Studiecentrum voor Vlaamse Muziek, 2015).

Ernest Closson en Charles Van den Borren, red., La musique en Belgique du moyen-âge à nos jours (Brussel: La Renaissance du Livre, 1950).

Alexandre Dupont, Répertoire dramatique belge (Luik: Vaillant-Carmanne, 1884-6).

Frédéric Jules Faber, Histoire du théâtre français en Belgique depuis son origine jusqu’à nos jours (Brussel: Olivier; Parijs: Tresse, 1878-80).

Frédéric Jules Faber, Documents authentiques et inédits tirés des Archives générales du Royaume et biliographie concernant le théâtre français de Belgique depuis son origine jusqu’à 1830 (Brussel: Algemeen Rijksarchief, 2001).

René Hainaux, red., Le théâtre en Belgique / Theatre in Belgium (Brussel: Elsevier, 1960).

Francis Maes en Piet De Volder, red., Denken over opera (Tielt: Lannoo Campus, in voorbereiding).

Maurits Sabbe, De muziek in Vlaanderen (Antwerpen: Opdebeek, 1928).

W. Schrickx, ‘Uit de geschiedenis van de opera in de Spaanse Nederlanden’, Vlaamse gids 50 (1966), 42-49.

A. Th. Van Hecke, Considérations sur le théâtre en Belgique, et sur les difficultés et les moyens d’y créer une scène nationale (Brussel: Vandenhouten, 1839).

Bram Van Oostveldt, ‘Jacob Toussaint Neyts en de Vlaemsche Opera’, Genootschap voor Geschiedenis. Handelingen, 134 (1997), 172-202.

Terug naar het overzicht

Ivo Adriaenssens, De Vlaamse Opera: van de grondvesten tot de tempel (Antwerpen: Vlaamse Opera, 1990).

Ivo Adriaenssens et al., Het gebeurde achter de schermen: geschiedenis & renovatie van de opera in Antwerpen (Antwerpen: Vlaamse Opera, 2008).

Anoniem, Annales du Théâtre-Royal d’Anvers : 1834 à 1844 (Antwerpen: De Koninck, 1866).

Anoniem, Kon. Toon- en toneelkring Sint-Willibrordus 60 (s.l.: s.n., 1968).

Mieke Audenaert, Evaluatie van theaterperceptie, smaakbarrière en cultureel communisme: een publieksonderzoek bij Music Hall en de Vlaamse Opera (licentiaatsscriptie, UGent, 1999).

Sven-Claude Bettinger et al., Op zoek naar de harmonie tussen denken en voelen: vijf seizoenen Vlaamse Opera (Roeselare: Roularta, 1994).

Paul Billiet, Hoe en door wie het Nederlandsch lyrisch tooneel en de Vlaamsche Opera te Antwerpen gesticht werden: gestaafd met feiten, datums, ambtelijke en andere stukken, 1893-1918 (Antwerpen: Janssens, 1918).

Clément Bovie, Annales du Théâtre Royal d’Anvers: 1834 à 1869 (1869; herdruk Whitefish, MT: Kessinger, 2010).

Toon Brouwers et al., Tussen de dronkaerd en het kouwe kind: 150 jaar Nationael Tooneel, KNS, Het Toneelhuis (Gent: Ludion, 2003).

Annelies Butaye, Ontwikkeling van performantie maatstaven voor de Vlaamse Opera (licentiaatsscriptie, KULeuven, 2002).

Marie-Thérèse Buyssens, De geschiedenis van het “Théatre royal d’Anvers” 1660-1884 (Licentiaatsscriptie, UGent, 1966).

Greet Coenegrachts, De strijd om de opera: het Nederlandsch Tooneel, de Vlaamsche Opera en het Théâtre Royal in Antwerpen 1890-1914 (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 2005).

Liesbeth Cuvelier, Het gebouw van de Vlaamse Opera in Antwerpen (Licentiaatsscriptie, UGent, 2002).

Arthur de Gers, Historiek van de Vlaamsche opera 1890-1913 (Antwerpen: De Vos en Van der Groen, 1913).

Arthur de Gers, L’Historique complet du Théâtre royal d’Anvers 1834-1913 (Antwerpen: De Vos & Van der Groen, 1913).

Arthur de Gers, Historique du Théâtre des Variétés d’Anvers 1904-1914 (Antwerpen: De Vos-Van Kleef, 1919)

Timothy De Paepe, ‘Opera op de Antwerpse drukpers: een commercieel interessante onderneming tussen 1682 en 1714’, De gulden passer 2008 (2008), 53-72.

Timothy De Paepe, ‘Des operas avecq plus d’esclat: de eerste commerciële schouwburg van Antwerpen en de introductie van opera’, De zeventiende eeuw: cultuur in de Nederlanden in interdisciplinair perspectief 24 (2008), 25-37.

Timothy De Paepe, ‘Opera op schaal: de virtuele reconstructie van vroegtwintigste-eeuwse decormaquettes van de Vlaamse Opera (1907-1938)’, Forum voor onderzoek en kunsten 22/4 (2015), 20-27.

Fé[lix] Derickx, De Fé vertelt… Drie-kwart eeuw Vlaamsch tooneel te Antwerpen (Antwerpen: Burton, 1932).

Leona Detiège et al., ‘125 jaar Koninklijke Nederlandse Schouwburg’, Antwerpen. Driemaandelijks tijdschrift van de Stad Antwerpen 25/2 (1979), 53-108.

Edouard Gregoir, ‘Notice historique sur l’opéra français à Anvers et à Bruxelles’, in Panthéon musical populaire (Brussel: Schott, 1877), vol. 6.

René Hallemans, De Vlaamsche Opera van Antwerpen (Antwerpen: Janssens, 1907).

Annik Laruelle, Het artistieke beleid van operahuizen: een analyse van de situatie bij de Vlaamse Opera en bij de English National Opera (licentiaatsscriptie, UGent, 1994).

Caroline Luypaers, “Le goût pour les spectacles est tellement devenu à la mode”: Spektakelcultuur in het achttiende-eeuwse Antwerpen (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 2001); online raadpleegbaar.

Jerome Maeckelbergh, ‘The ‘Bourla’ in Antwerp: Machinery from 1834 on the Brink of Dismantling?’, in Theatrical Heritage: Challenges and Opportunities, red. Bruno Forment en Christel Stalpaert (Leuven: Leuven University Press, 2015), 149-164.

Francis Maes et al., 18 jaar Marc Clémeur: of een hedendaagse opera voor Vlaanderen (Gent, Antwerpen: Vlaamse Opera, 2008).

Madeleine Manderyck et al., De Bourla schouwburg: een tempel voor de muzen (Tielt: Lannoo, 1993).

August Monet, Een halve eeuw Nederlands lyrisch tooneel en Vlaamsche opera te Antwerpen: herinneringen, feiten, datums, namen, cijfers en anecdoten (Antwerpen: Koninklijke Vlaamsche Opera, 1939).

Lode Monteyne, De Koninklijke Nederlandsche Schouwburg van Antwerpen (Antwerpen: Dienst voor Propaganda en Toerisme, 1941).

Inge Ooms, Flexibiliteit en het personeelsbeleid in de culturele sector. Gevalstudie: de Vlaamse Opera (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1994).

Frank Peeters, ‘Tussen kunst en kundigheid: scenografie en decorbouw rond de eeuwwisseling’, in René Moulaert 1920-1930, red. Luc Van den Dries and Rose Werckx (Antwerpen: deSingel, 1992), 23-31.

Frank Peeters, ‘O Tempora, O Mores: A Discourse of Neglect and Destruction’, in Theatrical Heritage: Challenges and Opportunities, red. Bruno Forment en Christel Stalpaert (Leuven: Leuven University Press, 2015), 165-175.

André M. Pols, Vijftig jaar Vlaamsche Opera (Kapellen: Boekuil, 1943).

André M. Pols, ‘Vlaamsche opera vroeger en nu’, in Vlaamsche muziek (Brugge: Wiek Op, 1944), 64-70.

Victor Resseler, De Koninklijke Vlaamsche Opera te Antwerpen (Antwerpen: Dienst voor Propaganda en Toerisme, 1941).

Mark Reybrouck, De Vlaamse Opera: het aandeel van de KVO te Antwerpen in de Vlaams-nationale school (1907-1914) (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1978).

Mark Reybrouck, De Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen (1907-1914) en de Vlaamse muziek (Brussel: Paleis der Academiën, 1981).

Jan Roelands, Het discours van de zuiverheid en de stichting van de Vlaamse Opera. Case study: de Herbergprinses (Licentiaatsscriptie, UGent, 2001).

S.n., Een brok waarheid over de Vlaamsche Opera (Antwerpen: Janssens, s.d.).

Jozef Staes, Antwerpsche tooneelmaatschappijen sedert het begin dezer eeuw tot aan de stichting van den Nationalen schouwburg (Antwerpen: Janssens, 1896).

Erik Van den Abbeele, Aspecten van het theaterbeleid te Antwerpen tussen de twee wereldoorlogen: schouwspel van een evoluerende mentaliteit (Licentiaatsscriptie, UGent, 1975).

Inge Vander Velpen, De externe communicatie van de Vlaamse Opera: met bijzondere aandacht voor het mediagebruik bij de jongerenvereniging Cherubino (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1999).

Pascal Van Geeteruyen, Elektra in Antwerpen: een verslag van de voorbereiding en een theaterwetenschappelijke analyse van de “Elektra”-productie in de Vlaamse Opera, speelseizoen 1990-1991, in een regie van Nuria Espert (Licentiaatsscriptie, UGent, 1991).

Renaat Verbruggen, Koninklijke Vlaamse Opera Antwerpen: gedenk-klanken 1893-1963 (Antwerpen: Centrum voor studie en documentatie, 1965).

Terug naar het overzicht

Robert De Laere, ‘Miel Verrecas’, in Brugse beeldende kunstenaars omstreeks de eeuwwisseling (Sint-Kruis: Brugs Ommeland, 1991), II, 177-188.

Eddy Galle, Over schouwburgen en concertgebouwen: de culturele infrastructuur te Brugge doorheen de eeuwen (Eindwerk Koninklijke Gidsenbond, 2006); online raadpleegbaar.

Koen Rotsaert, ‘De Brugse Stadsschouwburg: een ‘goddeloze’ tempel?’, Brugs Ommeland, 1989/1-2, 5 e.v.

S.n., 125 jaar Schouwburg: van de Comedie naar de Stadsschouwburg (Brugge: Levend Archief, 1994).

Andries Van den Abeele, ‘Het “Concert”: van Brugse muziekvereniging tot schouwburguitbater’, Brugs Ommeland, 1994/3-4, 171-242.

André Vanhoutryve, Van Comedie tot Koninklijke Stadsschouwburg: Brugse politiek en toneelcultuur 1750-1994 (Assebroek: Brunet, 1995).

Valentin Vermeersch, ‘De Stadsschouwburg’, in Brugges kunstbezit II: vijftig kunsthistorische opstellen (Brugge: Orion, 1973), 54-65.

Terug naar het overzicht

Liesbeth Agneessens, Leeftijdsbewust personeelsbeleid: het in kaart brengen van de randvoorwaarden voor het implementeren van een leeftijdsbewust HR-beleid in de Koninklijke Muntschouwburg (Graduaatsscriptie, EHSAL, 2006).

Serge Algoet, Mozarts Zauberflöte als theater: de Herrmann-produktie binnen de vernieuwingstendens van de Muntschouwburg (Licentiaatsscriptie, VUB, 1995).

Anoniem, Bruxelles-plaisirs 1900 : théâtres, cabarets, Zwanze, les frères Lynen (Brussel: Crédit communal de Belgique, 1997).

Paul Aron, La mémoire en jeu, une histoire du théâtre de langue française en Belgique (Brussels: Théâtre national de la Communauté française de Belgique; La lettre volée, 1995).

Anne-Sophie Braconnier, Une famille d’artistes: les Lynen (Licentiaatsscriptie, Université Libre de Bruxelles, 1997).

Anne-Sophie Braconnier, ‘Armand Lynen: decorontwerper bij de Munt (1875-1905)’, in Brussel plezier 1900: theaters, kabaret, zwans. De gebroeders Lynen (Brussel: Gemeentekrediet, 1997), 9-12.

Jo Braeken en Lydie Mondelaers, ‘De Koninklijke Muntschouwburg in data’, M&L: monumenten, landschappen en archeologie, 5/5 (1986), 48-53.

Laurent Busine, red., Opera, tastbare emotie (Doornik: La Renaissance du Livre, 2000).

Eric Cabris en Johan Jacobs, De Munt: drie eeuwen geschiedenis van het gebouw (Tielt: Lannoo, 1996).

Ann Chipp, Traditions et rénovations scéniques au Théâtre de la Monnaie de 1900 à 1914 (Licentiaatsscriptie, ULB, 1985).

Ernest Closson, ‘Un intendant de l’opéra de Bruxelles à la fin du XVIIme siècle’, Guide musical 53 (1907), 479-482, 499-503 en 515-519.

Marie Cornaz, ‘La vie musicale à Bruxelles entre 1741 et 1780 vue par le biais de la Gazette de Bruxelles et de la Gazette des Pays-Bas’, in Musiques et spectacles à Bruxelles au XVIIIe siècle, red. Roland Mortier en Hervé Hasquin (Brussel: ULB, 1992), 39-45.

Manuel Couvreur, red., Le théâtre de la Monnaie au XVIIIe siècle (Brussel: ULB-GRAM, 1996)

Manuel Couvreur, red., La Monnaie wagnérienne (Brussel: ULB-GRAM, 1998).

Manuel Couvreur en Roland van der Hoeven, red., La Monnaie symboliste (Brussel: ULB-GRAM, 2003).

Manuel Couvreur en Valérie Dufour, red., La Monnaie entre-deux-guerres (Brussel: ULB-GRAM, 2008).

David A. Day, Archives de l’Instruction Publique: les théâtres de Bruxelles (18e-19e siècles) (typoscript, Brussel: Stadsarchief, s.d.).

David A. Day, Bibliographie du Théâtre Royal de la Monnaie (typoscript, Brussel: Stadsarchief, s.d.).

Catherine De Duve, Les décors et les costumes de Thierry Bosquet au Théâtre Royal de la Monnaie 1959-1981 (Licentiaatsscriptie, ULB, 1994).

Arthur de Gers, Théâtre Royal de la Monnaie, 1856-1926: toutes les troupes, toutes les créations, tous les artistes en représentation (Brussel: Dykmans, 1926).

Vincent Delghunst, Étude de l’équilibre budgétaire au sein d’une maison d’opéra: L’Opéra National de Paris, le Théâtre Royal de la Monnaie et l’Opéra Royal de Wallonie (Graduaatsscriptie, École de commerce Solvay, 2006).

Jacques Deraeve en Jean-Marie Duvosquel, Nachtraven: het uitgaansleven in Brussel van 1830 tot 1940 (Brussel: Gemeentekrediet, 1987).

Marcel Doisy, Théâtre Royal de la Monnaie: l’art lyrique par le texte et l’image (Brussel: l’Éventail, 1951).

Serge Dorny, Evolutie in de p.r. en de reclame bij de opbouw van het imago van de Muntschouwburg (Licentiaatsscriptie, UGent, 1985).

Laetitia Dupaix, Approche des spécifités de la scénographie à l’opéra à travers l’étude de quelques mises en scènes à la Monnaie: Médée et Rusalka (Masterscriptie, ULB, 2009).

Virginie Feller, Élaboration d’un catalogue de photographies de chanteurs s’étant produits à la Monnaie de 1900 à 1918 (Namen: Henac, 2000).

Charles-Marie Flor O’Squarr, Histoire anecdotique du casino Saint-Hubert : souvenirs du vieux Bruxelles (Brussel: Kistemackers, 1884).

Bruno Forment, ‘Italian Opera ‘Under the Belgian Climate’: The 1727-30 Seasons at the Monnaie, Journal of the Alamire Foundation 4/2 (2012), 259-280.

Bruno Forment, ‘Refashioning Carmen at the Théâtre de La Monnaie, 1902’, in Carmen Abroad: Bizet’s Opera on the Global Stage, red. Richard Langham Smith en Clair Rowden (Cambridge: Cambridge University Press, 2020), 80-93.

Claude Gantelme en Francis Michielsen, Théâtre Royal de la Monnaie. Opéra national. Ballet du XXe siècle: de 1959 à nos jours (Brussel: Legrain, 1981).

Claude Gantelme et al., Opéra studio: au coeur du Théâtre Royal de la Monnaie – Opéra National (Brussel: [Huisman], s.d.).

Claude Gantelme et al., Vingt ans du Théâtre Royal de la Monnaie, 1959-1979 (Brussel: [Huisman], s.d.).

Alexandra Gelhay, Le Théâtre Royal de la Monnaie sous le régime hollandais (1815-1830) (Masterscriptie, ULB, 2009).

Pierre Gerard, Evolution décorative et architecturale du Théâtre Royal de la Monnaie (Licentiaatsscriptie, ULB, 1988).

Alphonse Goovaerts, Un opéra français composé en 1774 pour le Théâtre de la Monnaie à Bruxelles (Parijs: Plon, 1890).

Edouard Gregoir, ‘Notice historique sur l’opéra français à Anvers et à Bruxelles’, in Panthéon musical populaire (Brussel: Schott, 1877), vol. 6.

Eliane Gubin, Le Théâtre de la Monnaie et le Théâtre Flamand à Bruxelles de 1860 à 1880 (Licentiaatsscriptie, ULB, 1964).

Jacqueline Guisset, Leven in de opera: Suzanne Fabry en Edmond Delescluze (Doornik: La Renaissance du Livre, 2000).

Yasna Hainski, Les représentations du Parsifal de Richard Wagner au Théâtre Royal de la Monnaie, Bruxelles, 1914: génèse d’une interprétation (Licentiaatsscriptie, ULB, 1983).

Inez Hemeleers, Het Muntmagazine van de Koninklijke Muntschouwburg: een analyse in het kader van communicatiebeleid naar de publieksgroepen toe (Licentiaatsscriptie, VUB, 1996).

Catherine Hennebert, Le Nozze di Figaro au Théâtre Royal de la Monnaie: répertoire chronologique des critiques de presse de 1862 à 1984 (Graduaatsscriptie, Institut d’enseignement supérieur social de l’État, 1989).

Ingrid In-’t Ven, De Muntschouwburg te Brussel: analyse van de opgevoerde werken seizoen 1939-1940 tot 1958-1959 (Licentiaatsscriptie, UGent, 1993).

Jacques Isnardon, Le Théâtre de la Monnaie depuis sa fondation jusqu’à nos jours (Brussel: Schott, 1890).

Jean Jonard, La mise en scène et les décors au Théâtre Royal de la Monnaie de 1886 à 1914 (Licentiaatsscriptie, ULB, 1974).

Geneviève Kivits, Les premières représentations des opéras de Verdi et de Wagner au Théâtre Royal de la Monnaie de 1856 à 1914: approche bibliographique de la critique dans la presse bruxelloise de l’époque (Graduaatsscriptie, Institut d’enseignement supérieur de l’État, 1986).

Christina Kolb, La presse bruxelloise et les créations d’opéras au Théâtre Royal de la Monnaie, 1876-1889 (Licentiaatsscriptie, UCL, 1999).

Paul Lambrechts, De Muntschouwburg te Brussel: van hoftheater tot politiek forum 1785-1800 (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1988).

Florence Le Doussal, ‘Le Roi Arthus d’Ernest Chausson au Théâtre de la Monnaie: une création posthume au prix de la perséverance et de l’exil’, Belgisch Tijdschrift voor Muziekwetenschap 56 (2002), 37-51.

Laurent Le Bec, Ex machina: la machinerie au Théâtre Royal de la Monnaie de 1818 à nos jours (Brussel: Le Bec, 2001).

Nelson Le Kime et al., Au temps d’un prince qui créa le Théâtre de la Monnaie en 1700: en marge du 250e anniversaire de la fondation (Brussel: Lesigne, 1950).

Henri Liebrecht, ‘Les “Comédiens de campagne” à Bruxelles, au XVIIe siècle’, Revue belge de philologie et d’histoire 1922/1-2 (1922), 265-281.

Henri Liebrecht, Histoire du théatre français à Bruxelles au XVIIe et XVIIIe siècle (Parijs: Champion, 1923).

Louis-Philippe Mahre, Nos théâtres: aperçu historique des grands et petits théâtres à Bruxelles. Portraits et biographies des artistes au début du XXe siècle (Brussel: Istace, 1898).

Philippe Mercier, ‘La musique au théâtre: Bruxelles – Liège’, in La musique en Wallonie et à Bruxelles, red. Robert Wangermée and Philippe Mercier ([Doornik]: La Renaissance du Live, 1980), 229-250.

Martine D. Mergeay en Frank De Crits, Opera: de Munt uit de doeken (Brussel: Borgerhoff Lamberigts, 2006).

Roland Mortier en Hervé Hasquin, red., Musiques et spectacles à Bruxelles au XVIIIe siècle (Brussel: ULB, 1992).

J. P. Muller, Découvrez le Grand-Théâtre de la Monnaie et trois siècles d’opéra à Bruxelles (Brussel: Château, 1986).

Robert Myriam, Catalogue de la correspondance de Corneil de Thoran, directeur du Théâtre Royal de la Monnaie de 1919 à 1953 (Brussel: I.E.S.S.I.D., 2003).

Simon Michael Namenwirth, Gerard Mortier at the Monnaie (Brussel: VUB University Press, 2002).

Joëlle Peremans, Découverte du patrimoine archivistique du Théâtre Royal de la Monnaie à travers leur collection d’affiches de spectacles d’opéras, de ballets et de concert (Graduaatsscriptie, Haute École Namuroise Catholique, 1998).

Jean-Marie Piemme, Opera tot theater maken: het team van Gerard Mortier in de Munt (Parijs: Duculot, 1986).

Jean-Marie Piemme, 1981-1991: de Munt, Gerard Mortier (Brussel: Muntschouwburg, [1991]).

Isabelle Pouget, De Munt: het dagelijks leven in de opera (Brussel: CFC, 2007).

Lionel Renieu [Wiener], Histoire des théâtres de Bruxelles depuis leur origine jusqu’à ce jour (Parijs: Duchartre & Van Buggenhoudt, 1928).

Albert Rosenberg, La réfection du théâtre royal de la Monnaie: projet de M. Albert Rosenberg, ingénieur à Cologne (Brussel: Lombaerts, 1910).

Jules Salès, Théâtre Royal de la Monnaie 1856-1970, précédé d’un résume historique de 1700 à 1855 (Nijvel: Havaux, 1971).

Katia Segers, Gerard Mortier en de Koninklijke Muntschouwburg: politieke beleidsstrategieën gerelateerd aan de actoren overheid, geschreven pers, publiek: een bronnenonderzoek, inhoudsanalyse van de berichtgeving en de interviews, en publieksenquête (1980-1988) (Licentiaatsscriptie, VUB, 1989).

S.n., Spectacle français à Bruxelles, ou Calendrier historique du théâtre pour l’année 1767 (Brussel: Boucherie, 1767).

S.n., Le répertoire du Théâtre Royal de la Monnaie: la source, l’histoire anecdotique, le résumé, le guide musical de tous les opéras, opéras-comiques et autres ouvrages du répertoire du Théâtre Royal de la Monnaie (Brussel: Agence Rossel, 1901-4).

S.n., Théâtre Royal de la Monnaie: deux cent cinquantième anniversaire (Brussel: Théâtre Royal de la Monnaie, 1949).

S.n., De Koninklijke Muntschouwburg-Nationale Opera, 1963-1970 (Brussel: [Huisman], [1970]).

S.n., Van De stomme van Portici tot De lentewijding: de Koninklijke Muntschouwburg (Brussel: Gemeentekrediet, 1979).

S.n., “Corriam tutti a festeggiar”, 1981-1991: La Monnaie – De Munt. Gerard Mortier (Brussel: Muntschouwburg-Gemeentekrediet, 1991).

S.n., De Munt breidt uit (Brussel: Muntschouwburg, [1999]).

Jean-Marc Temple, Financement et gestion du Théâtre Royal de la Monnaie comparé à d’autres opéras d’Europe (Scriptie, École de commerce Solvay, 1993).

Jean-Philippe Van Aelbrouck, ‘Comédiens et danseurs du Théâtre de la Monnaie à Vienne’, in Bruxellois à Vienne, Viennois à Bruxelles, red. Bruno Bernard (Brussel: ULB, 2004), 203-215.

Geert Van Canegem, Vergelijkende analyse van de financiering van de Koninklijke Muntschouwburg en de Vlaamse Operastichting (Licentiaatsscriptie, s.l., 1997).

Mieke Van den Berghe, De Koninklijke Muntschouwburg (Brussel: INBEL, 1988).

[Ernest Van den Broeck], La mise en scène au théâtre: notes critiques par un abonné au Théâtre de la Monnaie (Brussel: Lebègue, 1889).

Roland van der Hoeven, Le Théâtre de la Monnaie au XIXe siècle: contraintes d’exploitation d’un théâtre lyrique (1830-1914) (Brussel: ULB, 2000).

Joris Van Grieken, Fernand Khnopff als costumier van de Muntschouwburg (1904-1914) (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 2001).

Bram Van Oostveldt en Jaak van Schoor, The Theatre de la Monnaie and theatre life in the 18th century Austrian Netherlands: from a courtly-aristocratic to a civil-enlightened discourse? (Gent: UGent, 2000).

Cyriel Vleeschouwers, Administration du Théâtre de la Monnaie, 1771-1816 (Brussel: Algemeen Rijksarchief, 1988).

A. Waechter, Le Théâtre Royal de la Monnaie de Bruxelles: son passé, sa situation, son avenir. Quelques considérations avec documents statistiques à l’appui (Brussel: Guyot, 1886).

Sarah Wybouw, De Koninklijke Muntschouwburg: een studie van een organisatie en haar communicatiestrategie (Graduaatsscriptie, Hogeschool voor economisch en grafisch onderwijs, 2000).

Terug naar het overzicht

Administration communale de Gand, Inventaire des décors, meubles de scène etc. Du Grand Théâtre (Gent: Annoot-Braeckman; Hoste, 1887).

Anoniem, Grand Théâtre de Gand: état par ordre de dates, des pièces qui ont été représentées depuis le 5 mai 1816, jusqu’au 29 mars 1817 (Gent: Steven, [1801]).

Anoniem, Tableau alphabétique des opéras, opéras-comiques, opérettes, comédies & principaux vaudevilles représentés au Grand Théâtre de Gand depuis le 30 août 1840 jusqu’au 31 mars 1892 (Gent: De Busscher, 1892).

Anoniem, Inventaire des décors, meubles de scène etc. du Grand Théâtre (Gent: Annoot-Braeckman & Hoste, 1893).

Anoniem, Voor een Vlaamsche Opera te Gent (Gent: Husseln, 1938).

Mieke Audenaert, Evaluatie van theaterperceptie, smaakbarrière en cultureel communisme: een publieksonderzoek bij Music Hall en de Vlaamse Opera (licentiaatsscriptie, UGent, 1999).

Sanne Baeck, Van Théâtre Royal Français de Gand naar Vlaamse Opera in drie bedrijven (masterscriptie, UGent, 2012).

Stijn Beck, De Vlaamse Opera te Gent: restauratie van de gevels (Zeveren: Modern Renovation Technics, 2001).

Jean Léonard Billocq, Tableau alphabétique de tous les opéras et opérettes qui ont étés représentés sur le grand théâtre de Gand depuis le 30 Août 1840 jusqu’au 31 Mars 1873 (Gent: De Busscher, 1873).

Annelies Butaye, Ontwikkeling van performantie maatstaven voor de Vlaamse Opera (licentiaatsscriptie, KULeuven, 2002).

Emiel Callant, Geschiedkundige aantekeningen over den grooten schouwburg van de stad Gent (Gent: De Brabandere, 1899).

Prosper Claeys, Histoire du théâtre à Gand (Gent: Vuylsteke, 1892).

Prosper Claeys en Paul Bergmans, Grand Théâtre de Gand: liste alphabetique des artistes lyriques, directeurs et chefs d’orchestre, 1840-1925 (manuscript, Universiteitsbibliotheek Gent, BHSL.HS.3559, 1926).

Johann Decavele en Bart Doucet, red., De Opera van Gent: het ‘Grand Théâtre’ van Roelandt, Philastre en Cambon. Architectuur-interieurs-restauratie (Tielt: Lannoo, 1993).

Bruno Forment, ‘Reconnecting the Romantic Opera Repertoire: The Forgotten Stage Photographs of the Grand Théâtre de Gand’, Fontes artis musicae 66/4 (2019), 336-352.

Géronte [J. Guéquier-Dutry], Le Grand Théâtre de Gand de 1891 à 1904 (Gent: Van Goethem, 1905).

Gaston Hebbelynck, Le Théâtre Royal de Gand de 1905 à 1925 (Gent: Vereenigde Invalieden, 1926).

Evelien Jonckheere, Grand Théâtre, café-concert en variététheater in Gent (1880-1914): genealogie van de aandachts- en verstrooiingspraktijken in relatie tot de economisch-culturele context en psychosociale ervaringen van de moderne toeschouwer (Doctorale dissertatie, UGent, 2014).

Evelien Jonckheere, Aandacht! Aandacht! Aandacht en verstrooiing in het Gentse Grand Théâtre, café-concert en variététheater, 1880-1914 (Leuven: Universitaire Pers Leuven, 2017).

K. Lanclus, ‘De Opera van Gent’, M&L: monumenten, landschappen en archeologie, 6/1 (1987), 49-57.

Annik Laruelle, Het artistieke beleid van operahuizen: een analyse van de situatie bij de Vlaamse Opera en bij de English National Opera (licentiaatsscriptie, UGent, 1994).

Francis Maes et al., 18 jaar Marc Clémeur: of een hedendaagse opera voor Vlaanderen (Gent, Antwerpen: Vlaamse Opera, 2008).

Anne Nenquin-Van Kerschaver, De lyrische kunst te Gent in de 19de eeuw: tentoonstellingscatalogus (Gent: Bijlokemuseum, 1979).

A. Neuville, Revue historique, chronologique et anecdotique du Théâtre de Gand, de l’année 1750 à 1828 (Gent: Mestre, 1828).

Inge Ooms, Flexibiliteit en het personeelsbeleid in de culturele sector. Gevalstudie: de Vlaamse Opera (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1994).

Kim Van Belleghem, ‘Le Grand Théâtre de Gand’ tussen 1856 en 1914: invloedsfactoren op het bezoekersaantal (Licentiaatsscriptie, UGent, 2004).

Leen Van De Sompele, ‘Le Grand Théâtre à Gand’: publieksanalyse 1890-1910 (Licentiaatsscriptie, UGent, 2004).

Inge Vander Velpen, De externe communicatie van de Vlaamse Opera: met bijzondere aandacht voor het mediagebruik bij de jongerenvereniging Cherubino (Licentiaatsscriptie, KULeuven, 1999).

Guy Verriest, Het lyrisch toneel te Gent 1965-1980 (Gent: Provinciebestuur Oost-Vlaanderen, 1981).

Nicole Wild, ‘De decors van Philastre en Cambon’, in De Opera van Gent: het ‘Grand Théâtre’ van Roelandt, Philastre en Cambon, red. Luc Demeester en Birgit Waeterloos (Tielt: Lannoo, 1993), 68-75.

Terug naar het overzicht

Griet Blanckaert, ‘De glansproblematiek bij de vroeg-20ste-eeuwse theaterdecors van Albert Dubosq uit de verzameling van de Kortrijkse Stadschouwburg’, in Glans in de conservatie-restauratie, red. Marjan Buyle (Brussel: VIOE, 2014), 59-67.

Paul De Marez, red., 75: de nacht van de Kortrijkse Schouwburg (Kortrijk: Kortrijkse Schouwburg, 1995).

Bruno Forment, ‘De historische repertoiredecors in de Kortrijkse Stadsschouwburg (1914-20)’, Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring van Kortrijk. Handelingen 74 (2009), 47-104.

Bruno Forment, ‘In kleur en op ware grootte: de operadecors van Albert Dubosq’, in Opera: achter de schermen van de emotie, red. Francis Maes en Piet De Volder (Leuven: Lannoo Campus, 2011), 228-249.

Bruno Forment, ‘Jumbo-Sized Artifacts of Operatic Practice: The Opportunities and Challenges of Historical Stage Sets’, Music in Art: International Journal for Music Iconography 38/1-2 (2013), 115-125.

Bruno Forment, ‘Staging Verdi in the Provinces: The Aida Scenery of Albert Dubosq’, in Staging Verdi and Wagner, red. Naomi Matsumoto (Turnhout: Brepols, 2015), 263-286.

Bruno Forment, Zwanenzang van een illusie: de historische toneeldecors van de Schouwburg Kortrijk (Kortrijk: Koninklijke Geschied- en Oudheidkundige Kring, 2016).

Bruno Forment, ‘Zoekend naar identiteit tussen taal en geloof: muziek en theater in Kortrijk tijdens de belle époque’, in Jaarboek Studiecentrum voor Vlaamse Muziek, red. Jan Dewilde en Hannah Aelvoet (Antwerpen: Studiecentrum voor Vlaamse Muziek, in druk).

Christiaan Germonpré, Tussen hemel en aarde: kermissen en circussen in Kortrijk (Kortrijk: Groeninghe, 1995).

Winni Lavaert, Het oude Stadstheater einde 19de eeuw – de nieuwe Stadsschouwburg begin 20ste eeuw (Kortrijk: Westvlaamse Gidsenkring, 1995).

Nadia Wilting, Preventieve conservering van de historische theaterdecors van de Schouwburg Kortrijk. Case-study: het Palais romain (1913) van Albert Dubosq (MA-scriptie, Artesis Hogeschool, 2013).

Terug naar het overzicht

Marika Ceunen en Koen Dobbelaere, Bewogen geschiedenis van een tempel vol schoonheid: 150 jaar Leuvense schouwburg (Leuven: Stadsarchief, 2018).

Petra Grooteman en Lisa Willemaerts, Inventaris: Collectie decorstukken en rekwisieten van de Leuvense stadsschouwburg (Leuven: Stad Leuven, 2017-18).

Katrien Steyaert, red., 150 jaar Schouwburg 1867-2017 (Leuven: 30CC, 2017).

Othon Triau, ‘Leuvense schouwburgen van de 19de eeuw tot heden’, Brabant 3 (1975), 40-45.

Terug naar het overzicht

Emile Smissaert, ‘De bouw van de Koninklijke Schouwburg: wat aantekeningen’, De Plate, 32 (2003), 152-153.

Francesca Tavernier, De programmatie in de Koninklijke Schouwburg van Oostende in de periode 1950-1965 (Licentiaatsscriptie, UGent, 1999).

Terug naar het overzicht

André De Poorter, Van theater Van den Berghe tot Circus Ronaldo (Zulte: De Poorter, 1989).

André De Poorter, Belgische circussen & foortheaters: van Blondin tot Ronaldo (Tielt: Lannoo, 2005).

Bruno Forment, ‘De theaterdecorateur als binnenhuisarchitect: Albert Dubosqs interieurdecors vanuit historisch-typologisch perspectief’, Gentse bijdragen tot de interieurgeschiedenis 39 (2016), 103-116.

Ivo Kersmaekers, ‘Willem Beyne & zonen: kunstenaars in de achtergrond’, STEPP 5/20 (2016), 38-41.

Jos Lauwers, Pionierstijd van de reizende toneelfamilie Van den Berghe (s.l.: s.n., 1995).

Terug naar het overzicht